Naar welke initiatieven, beleidswijzigingen, gebeurtenissen, evenementen,… uit de huidige regeerperiode kijkt u met veel voldoening terug? Wat waren voor u de hoogtepunten?

Elke minister heeft  dossiers die hem of haar iets meer na aan het hart liggen. Bij mij is de hervorming van de sociale economiesector er zo een. De voorbije jaren hebben we met veel mensen hard en lang gewerkt om de hervorming rond te krijgen. Met de goedkeuring van de decreten hebben we belangrijke hordes genomen en binnenkort leg ik het ontwerpbesluit ter goedkeuring voor aan mijn collega’s in de regering. Daarmee zal de hervorming definitief goedgekeurd zijn.
Daarnaast ben ik vooral opgetogen door de heropleving van de coöperaties in Vlaanderen. Vanuit mijn bevoegdheid sociale economie heb ik de afgelopen jaren een beleid opgestart waarmee ik zowel het coöperatief ondernemen breder bekend wil maken als bestaande en beginnende coöperaties ondersteun door bijvoorbeeld geld te voorzien om hen te helpen bij  de opstart en het juridische luik ervan. Uit de verschillende oproepen die ik de voorbije jaren heb gelanceerd voor coöperaties zijn een 40-tal projecten voortgekomen gaande van een cultuurcafé, een gezamenlijk aankoopbeleid voor crèches en nieuwe buurtparticipatieprojecten voor windmolens. Zij leverden allen een blauwdruk op, een businessplan zeg maar. Met successen en valkuilen die zij tegenkwamen toen ze het coöperatief model voor hun eigen project of organisatie onderzochten. Die blauwdrukken en de do’s en don’ts binnen bepaalde sectoren worden nu gebundeld in een boek dat in mei zal verschijnen. Het wordt een must have voor elke organisatie die een coöperatie wil worden.

Maar hetgene wat me het meest is bijgebleven van de afgelopen jaren zijn de bezoeken die ik gebracht heb aan de  ondernemingen en de diensten in de sociale economie.  Hierbij valt me telkens op hoe gedreven de werknemers en begeleiders zijn, en hoe fier ze wel zijn op hun bedrijf. Wel omgekeerd geldt hetzelfde: ik ben fier op hen. Zij zijn het menselijk kapitaal van de sociale economie.

Wat maakte dat dit voor u hoogtepunten waren? Met welke sterktes van diverse actoren heeft dit volgens u te maken? Met welke veranderingen in de samenleving?

De hervorming van de sector is een goede en noodzakelijke stap, zowel voor de werknemer, de bedrijven als de samenleving. Iedereen wordt geboren met talenten en capaciteiten, maar niet iedereen krijgt er evenveel. Toch heeft iedereen evenveel recht op werk. Want een job geeft mensen niet alleen financiële mogelijkheden, het is ook een hefboom om een goed leven op te bouwen en om zelfvertrouwen en (zelf)respect te winnen. Ook de bedrijven hebben alle baat bij deze hervorming. Om maximale tewerkstelling en begeleiding van de meeste kwetsbare werknemers te garanderen, is het niet alleen nodig om de sociale economiebedrijven nog gerichter te ondersteunen zodat ze hun expertise en ervaring op vlak van maatwerk en begeleiding ten volle kunnen laten renderen. Het is ook nodig om komaf te maken met de grenzen tussen de sociale en reguliere economie zodat elk bedrijf doelgroepmedewerkers kan aanwerven en van dezelfde voordelen kan genieten als sociale economiebedrijven. Ten slotte vaart de samenleving er ook wel bij, want hoe meer mensen er aan het werk zijn, hoe beter we er met zijn allen voor staan. Economisch, omdat die mensen anders de werkloosheid induikenen wat de overheid ook geld kost. Maar ook vanuit menselijk oogpunt kan je die mensen niet 'afschrijven'. Als we vooruit willen, dan moet iedereen meekunnen en vooral: dan moet iedereen de kans krijgen om zijn geluk te maken. Of in cijfers gezegd: als we erin slagen om alle werkzoekenden met een arbeidshandicap, kortgeschoolden, 50-plussers en allochtonen aan het werk te zetten, stijgt de werkzaamheidsgraad met 2 % tot 74%. We hebben er dus alle baat bij om alle werkgevers te ondersteunen die openstaan voor deze mensen.

Op welke momenten hebt u het engagement, de passie, … voor sociaal ondernemen gevoeld?

Ik denk dat mensen vandaag op een andere manier naar sociale ondernemers kijken. Daar waar zij vroeger in het beste geval als witte raven werden beschouwd, worden ze nu meer algemeen erkend in hun voortrekkersrol. Dat heeft, denk ik, voor een groot stuk te maken met de veranderde tijden waarin we leven. We hebben een financiële en economische crisis achter de rug en mensen stellen ook meer en terecht eisen op het vlak van duurzaamheid, milieu en authenticiteit. Bewust kiezen voor een socialere manier van ondernemen waarbij winst niet de enige determinerende factor is, slaat aan. Dat is een gat waarin heel wat sociale ondernemers uit uiteenlopende sectoren met succes springen door vernieuwende producten en diensten in de markt te zetten, waarmee ze zinvolle jobs koppelen aan maatschappelijke vragen en op die manier bijdragen aan een schonere, meer solidaire en fijnere wereld.  

Voor welke belangrijke uitdagingen staat de sociale economie de komende jaren om dit te realiseren? Welke nieuwe modellen passen daarbij?

Natuurlijk denk ik hier in de eerste plaats aan de hervorming. Het komt er nu op aan het nieuwe kader te verankeren binnen de sector zodat de bedrijven sterker worden en we zo de tewerkstelling van de zwaksten op de arbeidsmarkt in Vlaanderen kunnen blijven garanderen. Hierbij zie ik een aantal factoren die succes in de hand zullen werken, en dat is op de eerste plaats de mate waarin sociale economiebedrijven er zullen in slagen om samenwerkingsverbanden aan te gaan, binnen de sector én met reguliere bedrijven, en naar schaalvergroting te werken. Doordat we met het aloude argument van oneerlijke concurrentie in de hervorming komaf hebben gemaakt, staat er niks meer in de weg van samenwerking.

Waar liggen volgens u kansen om te veranderen, te groeien als sector, te groeien in sociaal ondernemerschap?

Vernieuwing is inherent aan de sector van de sociale economie. Veel meer dan doorsnee bedrijven worden sociale economiebedrijven gedreven om vernieuwing te omarmen, om nieuwe markten en niches te verkennen, om maatschappelijke vragen als hefboom te gebruiken, jobs te realiseren en om samenwerkingsverbanden aan te gaan binnen de sector en daarbuiten. Hoe sterker de sector daarin slaagt, hoe meer de maatschappelijke relevantie en de meerwaarde van sociale economie zichtbaar zullen worden.

Wat is er nog nodig volgens u om de sociale ondernemingen te versterken in het sociaal ondernemerschap? Wat is er al aanwezig? Wat is er nu nog niet aanwezig maar moet nog groeien?

De grootste kracht van de sector ligt in het menselijk kapitaal: de werknemers en de begeleiders. Keer op keer heb ik tijdens mijn bezoeken kunnen vaststellen hoe gedreven en vol enthousiasme zij er tegen aan gaan.  Met de hervorming wordt dat menselijk kapitaal nog beter ondersteund en het management versterkt zonder de sociale doelstellingen uit het oog te verliezen.

Welke projecten zou u willen dat de volgende Vlaamse Regering tegen 2019 realiseert bovenstaande gewenste evolutie mee waar te maken? Wat zouden de ambities moeten zijn?

Het is essentieel dat de volgende Vlaamse Regering een groeipad blijft voorzien voor de sociale economie. Daarnaast denk ik uiteraard aan de verdere verankering van sociale economie in uitvoering van de 6e staatshervorming en de afstemming met de federale overheid. En ten slotte  hoop ik ook op blijvende aandacht voor MVO en coöperatief ondernemen en is het belangrijk dat sociaal ondernemerschap in Vlaanderen verder wordt verankerd binnen de verschillende beleidsdomeinen.

Rol van sociale economie in sociale innovatie - invulling maatschappelijke noden - welke 'gaten' kan de sociale economie nog vullen? Waar kan de sector nog een pioniersrol in vervullen?

De sociale economie is van nature een sector waar innovatie een belangrijke rol speelt. De sector is vaak bij de eersten om nieuwe ideeën op te werpen en ermee aan de slag te gaan. Zij zijn van onderuit dan ook als beste geplaatst om in te spelen op vragen en noden via innovatie. Het is niet aan de overheid om te bepalen welke ‘gaten’ nog gevuld moeten worden. Dat weet de sector beter dan wij.

Hoe ziet u de rol van 'de' sociale economie in de evolutie binnen een 'andere' economie, d.w.z. de transitie van een economie gebaseerd op schaarse middelen naar een economie gebaseerd op waarden en beleving? Welke initiatieven hebben het potentieel om te ‘boomen’?

Eigenlijk moet de sociale economie geen andere rol aannemen. Sociaal ondernemerschap en coöperatief denken zijn al vaak geïntegreerd in de beleidsvoering van sociale economieondernemingen. In die zin is de sociale economie het prototype van die ‘andere’ economie. Als  de ondernemingen verder blijven ondernemen volgens de principes zoals ze vandaag doen, passen ze automatisch in die ‘andere economie’ op basis van waarden en beleving.

Hoe kan het beleid, samen met diverse andere actoren, ervoor zorgen dat de sociale economie ‘een tweede adem’ vindt?

De komende jaren moet de overheid de ondernemingen tijd, ruimte en middelen bieden om binnen het nieuwe kader te groeien. Het komt erop aan om stabiliteit te bieden aan de ondernemingen en de tewerkstelling minstens te handhaven en indien mogelijk maximaal te laten groeien.

Een tweede adem kan gevonden worden door terug meer in te zetten op het coöperatief ondernemerschap, ook binnen de sociale economie. Het is noodzakelijk om binnen een breder beleid het gedachtengoed van het coöperatief ondernemen verder te integreren in ondernemingen.

Welke invloeden zullen beslissingen op Europees vlak en de Europese context hebben op het beleidsdomein sociale economie? Welke doorbraken zou u graag op Europese schaal gerealiseerd zien?

Europa is een bepalende factor in wat en hoe lidstaten en regio’s ondernemingen kunnen ondersteunen. De huidige richtlijnen, verordeningen en staatssteunregels zorgen voor een strak kader waarbinnen gewerkt kan worden en bevorderen het sociaal ondernemerschap niet. Op Europees vlak moet dan ook snel een gezond evenwicht gevonden worden tussen het vrije markt denken en een sociaal Europa. Het vrije markt denken beperkt sociaal ondernemerschap. In de Europese regelgeving moet de sociale invalshoek sterker worden verankerd. Dit moet op termijn ook vertaald worden in socialere Europese richtlijnen en kaders.

fotograaf: Sander de Wilde

3 maart 14